De hoge brandstofprijs uitgelegd.

De brandstofprijs is enorm gestegen de laatste weken, dit zal voor niemand meer als verrassing aankomen. Maar hoe komt dit nu eigenlijk? Eén van de neveneffecten van de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne is de paniek die er ontstaan is op de energiemarkten. Rusland is een belangrijke leverancier van ruwe aardolie, gas & elektriciteit. Gezien de situatie is deze levering niet meer vanzelfsprekend waardoor de markt enorm gestegen is, tot wel 30%. Deze stijging heeft ook een direct effect op de prijzen van de eindproducten benzine & diesel. Vooral de laatste kende de grootste stijging omdat diesel ook voor andere zaken gebruikt wordt.

Hoe is de prijs juist opgebouwd

De brandstofprijs kan je niet gewoon rechtstreeks linken aan de prijs van ruwe aardolie. Deze prijs wordt gevormd door invloed van allerlei factoren, gaande van productiekosten, overheidsaccijnzen en – taksen, over natuurlijk vraag – en aanbod tot de lokale markt.

  • Productiekosten: Deze is makkelijk uit te leggen, hoe hoger de kosten zijn om het product tot aan de pomp te krijgen hoe hoger de prijs van het product. Hierbij zit alles van de winning van de ruwe aardolie, transport- en opslag kosten en eventuele marketing & promotie. De overheid speelt hier ook een belangrijke rol in. Via de programma-overeenkomst bepalen ze een maximumprijs op dit deel.
  • Vraag- en aanbod: Bij elke prijszetting speelt deze economische term natuurlijk van belang. Hoe hoger de vraag en lager het aanbod hoe hoger de prijs.
    • De vraag naar ruwe olie en raffinageproducten blijft stijgen. Vooral uit China, India en Amerika. Hoe feller deze vraag blijft stijgen hoe meer druk je gaat krijgen op de prijs. In vele landen verhoogd de druk weliswaar om over te stappen naar andere alternatieve en milieuvriendelijkere brandstoffen, maar momenteel blijft de vraag naar ruwe aardolie nog gewoon stijgen.
    • Het aanbod hangt ook af van verschillende factoren. Momenteel draaien de raffinaderijen op volle toeren. Nieuwe en extra raffinaderijen bouwen is mogelijk, maar vormt ook een investering die wordt doorgerekend naar de prijs. Daarnaast hangt het aanbod ook af van de toevoer van ruwe olie. Zaken zoals oorlog in Oekraïne, instabiliteit in het Midden-Oosten zorgen voor een druk op de toevoer en een stijging in de prijs. Wanneer men niet zeker is of er voldoende aanbod gaat zijn door zo’n omstandigheden gaat de energiemarkt panikeren. Vaak herstelt zich dat na enkele dagen of weken, maar een lange instabiliteit in bijvoorbeeld Rusland kan een enorme druk op de prijs met zich meebrengen. Ook weersomstandigheden, bijvoorbeeld orkanen in de Verenigde Staten kunnen een impact hebben en daarnaast zijn er nog de seizoen effecten (bv in de winter is de vraag naar brandstof om huizen & kantoren te verwarmen groter), gezien ruwe aardolie op de vrije markt verhandeld wordt, speelt marktspeculatie ook een rol  en als laatste zijn er nog de valutaschommelingen. Ruwe aardolie wordt verhandeld in de Amerikaanse dollar en elke wisselkoers van de munt heeft natuurlijk een invloed op de prijs.
  • Taksen en accijnzen: Ook de overheid speelt een rol in de prijssetting, niet alleen voor de maximumprijs waar we later op terugkomen. Maar vooral met taksen & accijnzen. Het accijnsbedrag wordt per brandstofproduct vastgelegd door de federale overheid, en dit in absolute waarde (eurocent per liter). Concreet wil dit zeggen dat het accijnsbedrag niet wijzigt wanneer de ruwe aardolieprijs wijzigt. Daarnaast moet je ook nog de BTW van 21% betalen op de brandstof. Deze komt er na de accijnzen op en beide zorgen dus ook voor een stevige invloed op de prijs. Ook het cliquetsysteem of het omgekeerde cliquetsysteem dat de overheid kan invoeren speelt een rol. Het doel daarvan is om enerzijds de prijs niet te hard te laten zakken om mensen te blijven stimuleren om milieuvriendelijke alternatieven op te zoeken, dit is het cliquetsysteem, en anderzijds om de prijs niet te hard te laten omhoogschieten, het omgekeerde cliquetsysteem, hierbij kan de overheid de accijnzen & BTW laten zakken om zo de prijs te temperen.
  • Lokale markt: Natuurlijk speelt ook de lokale markt mee. Lokale concurrentie zorgt voor de prijsverschillen die je ziet tussen de ene en de andere regio. Wanneer een tankstation zijn prijzen naar beneden duwt, moeten de andere concullega’s wel volgen. Als de prijs echter te laag wordt, kunnen ze hun operationele kosten niet meer dekken en zijn ze op een bepaald moment wel verplicht hun prijs weer te verhogen, uiteraard binnen de limieten van de programma-overeenkomst
  • Maximumprijs: De laatste invloed op de prijs is ook de maximumprijs die de overheid instelt. De programma-overeenkomst zorgt voor een maximumprijs die door de overheid wordt ingesteld waarover de brandstofhandelaars niet mogen overgaan. Deze wordt soms wat trager aangepast dan de markt zou willen.

Ondertussen heeft de overheid beslist om de accijnzen en BTW op brandstof tijdelijk te verlagen.